Dit is wat Nederlanders met vakantiegeld doen
In dit artikel:
Veel Nederlanders gebruiken het vakantiegeld niet vanzelfsprekend voor zon en ontspanning; het geld functioneert vaak als financiële buffer of wordt besteed aan noodzakelijke rekeningen. Vakantiegeld — in Nederland doorgaans ongeveer 8% van het brutojaarloon en meestal in mei uitbetaald — wordt door werkgevers meestal in die maand overgemaakt, al bieden sommige organisaties werknemers de keuze om het op een ander moment te ontvangen. Ook uitkeringen zoals de AOW worden vaak in mei aangepast.
Praktijkvoorbeelden illustreren de spreiding: Marja Versloot uit Hardinxveld‑Giessendam verdeelt haar vakantiegeld jaarlijks in drie delen: een groot deel gaat naar gemeentelijke heffingen, een flink aandeel naar kerkelijke bijdragen, en de rest naar een goedkope binnenlandse vakantie. Voor Marijke Strijd‑Kahle uit Waddinxveen geldt dat het extra inkomen dit jaar nodig is om openstaande rekeningen te betalen.
Een peiling van Hart van Nederland onder duizenden respondenten laat zien hoe uiteenlopend de bestedingen zijn: bijna 10% gebruikt het voor vaste lasten, circa 7% voor aanschaf van huishoudelijke apparaten, een vergelijkbare groep lost achterstanden af, en iets meer dan een kwart zet het geld opzij. Minder dan 38% besteedt het vakantiegeld primair aan vakanties en uitjes — vrijwel gelijk aan vorig jaar.
Er is ook ruimte voor vrijgevigheid: sommige oudere ontvangers geven hun extra geld aan goede doelen. Goede doelen merken echter dat giften niet per se in mei binnenkomen; organisaties als Woord en Daad zien vaak een piek later in het jaar. Kortom: vakantiegeld is in Nederland een flexibel instrument: voor sommigen een welkome luxe, voor anderen een noodzakelijke bijdrage aan dagelijkse uitgaven of financiële zekerheid.