IATA: (veel) te weinig schot in ontwikkeling SAF
In dit artikel:
De IATA waarschuwt dat de wereldwijde productie van duurzame vliegtuigbrandstof (SAF) in 2026 ver onder de doelstellingen blijft: naar verwachting komt de productie uit op ongeveer 2,4 miljoen ton, goed voor slechts 0,8% van het wereldwijde brandstofverbruik en met een extra kostenpost van circa $4,3 miljard voor luchtvaartmaatschappijen. Directeur‑generaal Willie Walsh noemt het resultaat teleurstellend en wijst op tekortschietend overheidsbeleid en te weinig betrokkenheid van de oliesector als belangrijkste belemmeringen voor opschaling richting netto‑nul in 2050.
IATA stelt dat er voor een levensvatbare SAF‑markt vier zaken nodig zijn: veel meer hernieuwbare elektriciteit, open toegang tot brandstofinfrastructuur (zoals pijpleidingen en opslag), duidelijke productieprikkels en investeringszekerheid, en een wereldwijde geharmoniseerde markt met een ‘book‑and‑claim’ systeem zodat maatschappijen credits kunnen aankopen los van fysieke leveringen. e‑SAF (power‑to‑liquid op basis van groene stroom) krijgt een groeiende rol, maar EU‑ en VK‑doelen van 0,6 miljoen ton in 2030 staan haaks op de huidige capaciteit van circa 0,02 miljoen ton. Hoofdeconoom Marie Owens Thomsen noemt die doelstellingen onrealistisch en waarschuwt dat vroegtijdige mandaten zonder productiecapaciteit vooral prijsstijgingen en misallocatie van schaarse grondstoffen veroorzaken.
Tegelijk toont een IATA‑passagiersonderzoek (april 2026) brede steun voor verduurzaming: bijna 90% wil dat de sector uitstoot blijft terugdringen, twee derde is bereid te betalen voor compensatie en veel passagiers geven bij boeking prioriteit aan lagere CO2‑uitstoot en maatschappijen met betere milieuprestaties. Voor de luchtvaart betekent dit zowel druk om te investeren in SAF en CO2‑reductie als de noodzaak van beleid dat productie en betaalbaarheid tegelijk bevordert.