Transavia gaat bezuinigen en sluit ontslagen niet uit: 'Kerosine grootste zorg'
In dit artikel:
Transavia kondigt ingrijpende bezuinigingen af vanwege de dure aankoop van nieuwe Airbus-toestellen en sterk gestegen kerosineprijzen; ontslagen worden niet uitgesloten. Sinds februari staat Paul Terstegge aan het roer. Onder zijn leiding stapt de maatschappij stapsgewijs van Boeing over op Airbus: momenteel telt de vloot vijftien Airbussen, met een volledige omschakeling gepland in 2031. De nieuwere toestellen moeten leiden tot minder uitstoot, minder geluidsoverlast en lagere operationele kosten, maar de aanschafkosten drukken zwaar op de begroting.
Als eerste maatregelen is een vacaturestop ingesteld voor niet-operationele functies en worden externe uitgaven kritisch bekeken; een klein deel van de meerkosten wordt doorberekend aan reizigers. Terstegge noemt de brandstofprijzen de grootste zorg. Door de recent opgelaaide spanningen in het Midden-Oosten annuleerde Transavia uit voorzorg vluchten naar Dubai en zagen boekingen naar onder meer Egypte, Turkije en Griekenland tijdelijk teruglopen. Er bestaat ook onzekerheid over brandstofbeschikbaarheid in delen van Europa, al stelt minister Karremans dat er voor maanden voorraad is en Transavia blijft vertrouwen hebben in zijn leveranciers en wil de zomerdienstregeling volledig uitvoeren.
Om hogere kerosinekosten op te vangen zet Transavia onder meer in op de grotere Airbus-capaciteit (ongeveer 23% meer stoelen) voor extra omzet en streeft naar een verlaging van indirecte kosten, waaronder een besparing van circa €10 miljoen op het hoofdkantoor. Deze stappen sluiten aan bij bredere trends in de luchtvaart om te investeren in zuinigere vliegtuigen en tegelijkertijd kosten terug te brengen.