Vakantie-uren twee maanden te laat uitbetaald: werkneemster krijgt van kantonrechter €1.447,06 extra
In dit artikel:
Een ambulant begeleider kreeg van de kantonrechter in Utrecht alsnog €1.447,06 bruto extra, nadat haar werkgever haar eindafrekening te laat had betaald. Haar tijdelijke contract eindigde op 27 maart 2026, maar 122,84 niet-opgenomen vakantie-uren ter waarde van €2.894,11 werden pas eind juni uitbetaald, terwijl dat uiterlijk eind april had moeten gebeuren. Een administratieve fout in de loonadministratie was volgens de rechter geen excuus. Omdat de betaling meer dan 33 werkdagen te laat was, kwam de wettelijke verhoging uit op het maximum van 50 procent. Ook moest de werkgever €471,74 aan niet-betaalde vakantiebijslag en eindejaarsuitkering, €235,86 extra verhoging daarover, wettelijke rente en €986 proceskosten betalen.
De werkneemster kreeg daarnaast recht op een transitievergoeding van €2.572,56. Hoewel zij tijdens haar ziekte een oproep voor re-integratie had geweigerd, vond de rechter niet dat zij ernstig verwijtbaar had gehandeld. Haar ziekte hield deels verband met het werk en eerdere medische adviezen, waaronder mediation, waren niet goed meegenomen. Daarom bleef de hoofdregel gelden dat ook iemand met een aflopend tijdelijk contract recht heeft op een transitievergoeding, ook tijdens ziekte.
Volgens artikel 7:625 BW loopt de wettelijke verhoging op van 5 procent per werkdag vanaf de vierde tot en met de achtste werkdag en daarna met 1 procent per dag, tot maximaal 50 procent. De rechter kan het bedrag verlagen, maar deed dat hier niet. Werknemers die een eindafrekening te laat ontvangen, kunnen de vertraging berekenen en die claim schriftelijk bij hun werkgever indienen. Ook moet een werkgever duidelijk maken welke onderneming de werkgever is; onduidelijkheid daarover kwam in deze zaak voor zijn rekening.
Vandaag Inside: René van der Gijp geniet van héérlijke oude beelden na nieuws over tv-terugkeer 'Ik Geloof in Mij'